GMB Services
GMB Leidingtechnieken
GMB BioEnergie
GMB Waterkwaliteit & installaties
GMB Waterveiligheid & constructies
GMB Haven & industrie

Actueel

« Terug naar overzicht

Waterschap en markt werken aan generieke ontwerpaanpak

21-09-2026

Samen sneller en slimmer naar een schoner rwzi-effluent

Samen met de markt is Waterschap Aa en Maas druk met de vernieuwing van zijn rwzi's voor de vergaande verwijdering van nutriënten. Doel van het in 2024 gestarte programma ‘De Kr8 van Samen’ is samen sneller en slimmer aan een schoner rwzi-effluent te werken. Het nutriëntenfilter dat het waterschap samen met GMB op rwzi Dinther realiseert, dient als innovatieve blauwdruk voor andere rwzi’s.

Samen met de markt is Waterschap Aa en Maas druk met de vernieuwing van zijn rwzi's voor de vergaande verwijdering van nutriënten. Doel van het in 2024 gestarte programma ‘De Kr8 van Samen’ is samen sneller en slimmer aan een schoner rwzi-effluent te werken. Het nutriëntenfilter dat het waterschap samen met GMB op rwzi Dinther realiseert, dient als innovatieve blauwdruk voor andere rwzi’s.

“Vanaf 2027 gelden strenge normen voor stikstof en fosfaat vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. De opgave die de KRW met zich meebrengt, geeft een druk die ervoor zorgt dat traditioneel aanbesteden geen optie meer is”, vertelt Antoine van Geffen van Aa en Maas over de keuze van het Brabantse waterschap voor het programma ‘De Kr8 van Samen’. Als projectmanager begeleidt Van Geffen de uitbreiding van de rwzi’s van Aa en Maas. “Aanbesteden van een werk neemt veel werk en tijd met zich mee. Dat laten de eisen die de KRW stelt, niet toe. Je bent zo anderhalf jaar verder. Als we dat voor elk rwzi-project moeten doen, is dat onhaalbaar. De uitkomst van een klassieke aanbesteding is bovendien niet gegarandeerd. We wilden naar een model toe, dat de zekerheid biedt dat de betreffende bouwpartner het project ook kan en wil doen. We hebben er steeds meer moeite mee om de juiste bouwpartijen aan ons te binden. De capaciteit in de markt slinkt. Binnen het programma hebben we daarom één raamcontract aanbesteed met concrete projecten met al vastgestelde budgetten, waar de bouwpartners direct mee aan de slag kunnen. Dat geeft ook hen zekerheid.” Het raamcontract met een totale omvang van 150 miljoen euro telt drie vaste bouwpartners: Eliquo, GMB en Mobilis. De looptijd is vier jaar, met een optie het contract twee keer met twee jaar te verlengen. “De eerste resultaten van onze samenwerking zijn positief. De opstart van projecten is flink versneld, we hebben meer grip op de kosten. Het programma helpt ons als waterschap om de KRW-doelen te halen”, zegt Van Geffen.

Adviesbureau

Het raamcontract biedt de bouwers de gelegenheid om zelf hun ingenieursbureau te kiezen. GMB werkt bijvoorbeeld al langdurig samen met Haskoning. “Het ingenieursbureau is niet langer gelieerd aan de opdrachtgever”, legt Van Geffen uit. “Bij een traditionele aanbesteding gaat de opdrachtgever samen met zijn adviseur de ontwerpfase in. De aannemer staat op afstand en praat pas later mee. Ook mogelijke knelpunten in het ontwerp komen echter pas later in beeld. Nu brengen we deze kennis al aan de voorkant samen. Het levert betere ontwerpen op en lagere bouwrisico’s.”

Als bouwer krijgt GMB meteen invloed op de maakbaarheid en uitvoerbaarheid van ontwerpen, stelt senior-projectleider Waterkwaliteit & Installaties Adrie Giljam bij het bouwbedrijf. “In de bouwteamfase kunnen we samen met het waterschap het definitief ontwerp al uitwerken. De voorbereidingstijd is vele malen korter. Ook de wensen van de klant rond het beheer en onderhoud nemen we hierin mee. Dat levert een breed gedragen ontwerp op, waarbij je ervan uit kunt gaan dat je later niet meer voor verrassingen komt te staan. De randvoorwaarden zijn samen met de opdrachtgever in het raamcontract al afgekaart. Dat versnelt de realisatie van projecten. Onze mensen kennen de teams van Haskoning goed. We werken al jarenlang intensief samen en investeren niet alleen in gezamenlijke projecten, maar ook in elkaars kennis, van hydraulica tot zuiveringstechnieken. Door in elke projectfase onze resultaten af te stemmen op de behoeften van de ander, creëren we echte meerwaarde. Juist daardoor kunnen we binnen KR8 van Samen de kracht van samenwerking aantoonbaar benutten. Het uitvoeringsontwerp leggen we ook weer aan Haskoning voor. Primair staan wij voor de uitvoering aan de lat.”

Generiek ontwerp

De concrete projecten binnen het raamcontract lopen op dit moment op de rwzi's Dinther, Aarle-Rixtel en Den Bosch van Aa en Maas. Om de nutriënten in het effluent terug te dringen is gekozen voor een nageschakeld zandfilter. Deze bekende en robuuste end-of-pipe techniek verwijdert stikstof en fosfaat en de laatste resten kleine zwevende deeltjes uit het effluent. De rwzi in Dinther bijt het spits af. GMB trekt de realisatie van deze installatie (kosten: circa 45 miljoen euro). Waterschap en aannemer zijn zelf in staat om het zandfilter te bouwen. De bouw is in volle gang en de oplevering is gepland voor het tweede kwartaal van 2027. Het voor rwzi Dinther ontwikkelde nutriëntenfilter wil het waterschap als innovatieve blauwdruk inzetten voor de rwzi’s in Aarle‑Rixtel en Den Bosch. Voor deze beide rwzi’s is het ontwerptraject inmiddels doorlopen. De uitvoering start komend najaar. Eind 2028 kunnen ook deze installaties in bedrijf zijn. Aa en Maas loopt hiermee aardig voorop in de sector, want dan heeft het waterschap zijn drie grootste rwzi’s (tussen 220.000 en 340.000 i.e.) gereed om de KRW-doelen te realiseren. De kosten voor de zandfilterinstallaties op de rwzi’s Aarle‑Rixtel en Den Bosch bedragen respectievelijk zo’n 67 en 62 miljoen euro. Het prijskaartje voor Aarle-Rixtel ligt iets hoger, omdat deze rwzi er een installatie voor medicijnrestenverwijdering bij krijgt in de vorm van poederkoolfilter (PACAS). Daar staat al langer een pilotinstallatie met deze techniek.

De generieke ontwerpaanpak is een belangrijk ingrediënt van het programma De Kr8 van Samen, legt Van Geffen uit. “Het ontwerp is modulair. We gaan naar modules toe die we per rwzi aan kunnen passen. In Dinther komen acht modules en in Aarle-Rixtel en Den Bosch plaatsen we twaalf bakken. Dat klinkt op zich allemaal heel eenvoudig, maar het vergt flink wat maatwerk. Elke rwzi is immers anders. Er komen andere opstellingen en capaciteiten bij kijken. Ook heb je te maken met een uiteenlopende hydraulische belasting. De installaties eromheen zijn ook anders, zoals de aanvoerpompen en de machines voor het spoelen en het reinigen van het zandfilter. Daarnaast moeten we het nutriëntenfilter zelf passend maken binnen onze ecologische footprint. Dus bij elk project komt wel wat kijken. Maar de blauwdruk hebben bij elke rwzi vast kunnen houden. Als een collega van het waterschap bij een volgende rwzi een nutriëntenfilter wil, dan vragen wij slechts: hoeveel modules?”

Veel ervaring

GMB was nauw betrokken bij het maken van het generieke ontwerp voor de drie rwzi’s. Het bedrijf heeft al veel ervaring met het bouwen van nageschakelde zandfilters, onder meer op rwzi Utrecht (samen met Heijmans). Daar dient het filter als extra nabehandelingsstap na de zes Nereda-reactoren van Haskoning op de zuivering van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR). “Naar dit zandfilter hebben we met een schuin oog gekeken voor het ontwerp van het filter voor rwzi Dinther”, vertelt Giljam. “De kern van de technologie is niet wezenlijk veranderd. Het zandfilter is doorontwikkeld tot nutriëntenfilter.” Voor de rwzi’s van Aa en Maas heeft GMB verder geholpen met het invullen van twee belangrijke voorwaarden voor het waterschap: het opstellen van de begroting voor elke filterinstallatie, benodigd voor de kredietaanvraag, en het regelen van de bouwvergunning.

De generieke aanpak levert zowel het waterschap als de betrokken marktpartijen veel voordelen op voor het ontwerp, de uitvoering, kosten, planning en kennisontwikkeling, aldus Giljam. “Je hoeft niet meer voor elke installatie een separaat ontwerp te maken. Ook in de bouwteamfase levert dat een flinke besparing op. Ik schat dat we de kosten tot een derde kunnen beperken. Dat is aanzienlijk minder. Bij elk ontwerp zijn dezelfde ontwerpteams betrokken. Ook besparen we op de uitvoeringskosten. Ons uitvoeringsteam maakt nu Dinther en gaat ook Den Bosch maken. Routine zal het nooit worden, je praat over een enorme efficiencyslag en aannemer en waterschap bouwen samen steeds meer kennis en ervaring op.” Voor de bouw van het nutriëntenfilter voor rwzi Aarle-Rixtel tekent Mobilis, een van de andere partners in het raamcontract. Het generieke ontwerp voor het nutriëntenfilter ligt bij GMB en wordt door Mobilis overgenomen.

Ook Van Geffen ziet de doorlooptijd van projecten aanzienlijk verkleinen, “en tijd is gewoon geld. Je kopieert en daardoor wordt het goedkoper. Het is de kunst van de herhaling.” Ook andere waterschappen kunnen hiermee hun voordeel doen. De sector deelt dit soort ontwikkelingen gretig met elkaar en werkt niet met patenten voor de ontwikkelde technologie. Op de zandfiltertechnologie rust overigens geen enkel patent. “Het zijn grote installaties maar technologisch complex zijn ze niet. Wat we hiermee ook proberen te zeggen is dat deze generieke toepassing rwzi’s weer een stap minder uniek maken. Dat wordt nog te vaak gezegd en als legitieme reden gebruikt om onnodige afslagen te maken bij projecten. Met een blauwdruk hoeft dat allemaal niet, en je creëert er een hoop kracht en snelheid mee. Het risicoprofiel van de projecten is bovendien niet heel hoog. Dat alles helpt ons als waterschap om onze maatschappelijke taak te vervullen.”

Deel dit nieuwsbericht

Referentie uitgelicht

}